A  B
 C  D
 E  F
 G  H
 I  J
 K  L
 M  N
NA
NE
NI
NO
 O  P
 Q  R
 S  T
 U  V
 W  X
 Y  Z

naa

bijw

1. Nu, op dit ogenblik.

Tot naa toe s em ijl braaf gewst. = Tot nu toe is hij heel braaf geweest.

Naa n dn kunde wl braaf zen. Veral as g'iet noodeg t! = Soms ben je wel gehoorzaam. Vooral als je iets verwacht!

Me moeten t wrreke, m naa n dn slojte me de zk n g me e pintsje drinke bij Rooza. = We moeten hard werken, maar af en toe gaat de zaak dicht en gaan we een glaasje drinken bij Roza.

 

bijv nw, tvgl: naa - naaver - naast / nest

2. Nauw, eng, smal.

A ge van da vraamns iet moet krijge, dn s't persies of da[d] et ojt e naa gat moet komme. = Als je van die vrouw iets moet krijgen, dan lijkt het altijd of ze te gierig is om het te geven.

 

ngel

zn (ne), mv: ngele - verklw: ngeltsje (e)

1. Nagel, spijker.

Slgd e pr planke[n] inijn m wa ngele, n dn d ook e kisje. = Nagel enkele planken aan elkaar, en dan heb je ook een kistje.

Ook figuurlijk gebruikt om iets klein of iets van weinig waarde aan te duiden:

Dij[n] ej zllef gijnen ngel oem n ze gat te krabbe. = Letterlijk: hij heeft geen nagel om aan zijn achterste te krabben, waarmee men bedoelt dat die persoon zo goed als niets bezit.

 

2. Vinger- of teennagel.

Mene ngel s ingescherrept. = Mijn nagel is ingescheurd.

E[n] aa m zene voet klm gezeete, n naa mme ze zene ngel moete[n] ojttrkke. = Zijn voet heeft geklemd geweest, en nu heeft mijn zijn teennaagel verwijderd.

 

ngelenbojk

zn (ne), mv: ngelenbojke - verklw: ngelenbeukske (e)

1. Navel.

't Kribbelt n mene ngelenbojk. = Ik heb jeuk aan mijn navel. Letterlijk: ik heb kriebels in de buik.

Ne ngelenbojk? Da's da putteke[n] in aaven bojk! = Een navel? Dat is een putje in je buik.

 

ngeltsjeszt

zn (-), =verklw, mv: -

1. Letterlijk: zaad om nagels of spijkers mee te zaaien. Wordt in de figuurlijke zin gebruikt om een goedschiks of domme persoon bij de neus te nemen.

Naa waa'k s zien oe vr da'k em kost krijge,n 'k m em oem ne kiloo ngeltsjeszt gestuurd bij De Moor oep de mt. n e[j] s er toch oem zeeker! = Ik wou eens testen tot hoever ik zou kunnen gaan, en heb hem om een kilo ngeltsjeszt gestuurd bij De Moor (ijzerwaren) op de Markt. En hij is prompt vertrokken om die boodschap te halen!

 

 

nvenant / nejvenant

bijw

1. Naargelang, in overeenkomst, naar verhouding, afhankelijk. [>Fr. l'avenant] [Ndl. volkstaal: navenant]

Oe voeld aa? - Nvenant de sittewsse: goe! = Hoe voel je je? - Naargelang de toestand: goed!

Nvenant da Mrrie van vr gekomme[n] s m[j] eur aksident, lept die naa toch wee flink rond! = Naargelang de slechte toestand van Marie als gevolg van het ongeval dat ze had, stapt ze nu toch weer flink!

Nejvenant oe da'ge d[r] eene g, zdde'r oep oogstes twij uure. = Afhankelijk van hoe je er naartoe gaat, doe je er hoogstens twee uur over.

Oepse nvenant = zoals het gezien de omstandigheden mogelijk is, naar best vermogen.

 

nachtbrker

zn (ne), mv: nachtbrkers - verklw: nachtbrkerke (e)

1. Iemand die graag en lang uitgaat, nachtraaf, fuifnummer.

Zgt naa ni da gij bij die ploeg van nachtbrkers z! Zdde gij dn 's mendochs ojtgerust? = Zeg me nu niet dat jij bij die bende fuifnummers bent! Ben je dan op maandagmorgen echt uitgeslapen?

 

naft

zn (de), mv: -

1. Benzine. [>Fr. naphte]

'k m v duuzent frang naft gepakt. = Ik heb getankt voor een bedrag van 1000 frank.

 

 

Laatste wijziging 23-06-2008 - Toevoegen afbeeldingen
23-02-2007 - Omzetting naar nieuwe stijl