A - B
C - D
E - F
G - H
I - J
K - L
M - N
O - P
Q - R
S - T
U - V - W
X - Y - Z

A

   

B

 
abaliŽnatie vervreemde   balance weegschaal, waag
evenaar
abandonneren overgeven, verlaten, opgeven,
laten varen
 
  balanceren wegen, vergelijken, afwegen
abbreviatie afkorting, verkorting   baliuw, baljuw landvoogd, drossaart
abbreviŽren afkorten, verkorten   bandiet balling, verbannen persoon,
woesteling
abborreren afschrikken
"een tegenheydt ergens in hebben"
 
  bannissement verbanning
ab intestato door versterf   banqueroutier bankbreker, gefaalde
aboleren verdelgen, vernietigen,
te niet doen
  baptiseren dopen, een naam geven
  bastaert buitenechtelijk kind, aterling
abolitie-brieven "Daer bij een misdaedt, onwetende oft onnosel geschiedt, wordt vergeven, al oft dat nooit gedaen en ware"   bedesetter, bedezetter persoon die belastingen omslaat
en de belastingen ook ontvangt
   
  benedictie zegen
abominabel gruwelijk   beneficie weldaad, voordeel, voorrecht
abrenunsiŽren afzweren   beneficie van inventaris voorrecht van boedelbescrijving
abrogatie tenietdoening   benigniteyt goedertierendheid
abrogeren breken, te niet doen, afschaffen   besetting inbeslagname van goederen
absentie afwezigheid   besoigne werk, bezigheid
absent afwezig   besoigneren werken, arbeiden, bezig zijn
absenteren afwezig zijn, achterblijven
ontvreemden
vluchten, het land verlaten

 

  bestiael beestig, de dieren betreffend, vee
    beteren (iemand) schadeloos stellen
 

     
absolveren volvoeren, voltrekken, vrij kennen, afdoen, ontslaan   bewetting wettiging, wettigverklaring
  bezwaren iemand beschuldigen, verplichten
absolut onbepaald, ronduit, platuit   biblioteke bibliotheek, boekenkast
absolutie afdoening, ontslaging   bigamus iemand die twee vrouwen of
twee mannen tegelijk heeft
abstineren onthouden, spenen van    
abstinentie onthouding   billet brief, cedulle
abstract afgetrokken, afgezonderd   billioen afgekeurd, kwaad geld
abstraheren aftrekken, onttrekken   blame blaam, naamschending
absurd ongerijmd
"qualyk ten propooste gebragt"
  blameren naam schenden, een blaam geven
  blandiŽren vleien, liefkozen
abundant overvloedig   blasphemeren lasteren, achterklap plegen
abundantie overvloed   bordeel hoerenhuis
abunderen overvloedig zijn   bottelier "schafmeester"
abuys misslag, mis, verkeerd   bottelerye spijskamer, eetkamer
abuseren misleiden, verzinnen, vergrijpen, vergissen, bedriegen   bouget leren zak, reiszak, koffer
  braggeren pronken
academie opperschool, hoofdschool   braveren trotseren
accent de toon van een lettergreep   breukengericht rechterlijke instantie die zich
over overtredingen uitspreekt
acceptatie aanneming, aanvaarding,
toestemming
   
  brevier kort begrip, korte inhoud
 

 

 

     
acceptilatie een manier van ontslag,
mondelinge kwijtschelding
  breviteyt kortheid, beknoptheid
  brouilleren verwarren, door elkaar haspelen
accepteren aanvaarden, aannemen,
tot zijn voordeel nemen
  brusque heftig
  brutael onbeschoft, beestachtig
accessoir toevallig, bijkomend
"iet dat uyt een ander spruyt"
  buffet rechtbank, tafel waaraan recht wordt gesproken
   
acces. / accident toegang, toeval, onverwachte
gebeurtenis
  bulle brief
     
accys / accysenaer /
acsijnsenaar
tol / tollenaar, ontvanger van
de accijnzen
     
     
accidenteel toevallig      
accommodabel behulpzaam, gerieflijk      
accommoderen behulpzaam zijn
"profytelyk wezen"
     
     
accommodatie behulpzaamheid, gerief, gemak      
accompagneren vergezellen      
accompleren volbrengen, nakomen      
accorderen verenigen, overeenkomen      
accoord overeenkomst, verdrag      
accrescentie aanwas, groei      
 

 

 

     
accresceren groeien, toenemen      
accumuleren ophopen, bijeengaren      
accusatie beschuldiging, aanklacht      
accuseren beschuldigen, aanklagen      
achterdenken verdenken, achterdochtig zijn      
acquireren bekomen, verkrijgen      
acquisiteur verkrijger, ontvanger van      
acquisitie verkrijging, wat men bekomt      
acquiesceren berusten, toestaan      
acte werk dat volbracht is, vonnis,
blijk, bedrijf, kennis, kennisname
     
     
acteur toneelspeler
pleiter
     
     
actie opspraak, aanspraak, het recht
dat men op iets heeft
     
     
acte reŽl. aanspraak op een goed      
acte personeel. aanspraak op een persoon      
actief vernuftig, geestig, werkelijk      
actien gerechtigheden, "inschulden"      
active met betrekking tot een bedrijf      
actueel dadelijk, doende, bezig      
acut / acute scherp, scherpzinnig      
 

 

 

     
adderen toedoen, bijvoegen, optellen      
additie optelling, vergadering
bijvoegsel
     
       
adequatie gelijkmaking, "evenmatinge"      
ademptie ontneming      
adequeren gelijk maken, "evenmatigen"      
adhereren aanhangen      
adherent aanhangende, aanhanger      
adhiberen bijhouden, voortbrengen,
aanwenden, bijbrengen
     
     
adhibitie toebrenging, bijbrenging      
adhortatie aanneming, aanmaning      
adhorteren aanporren, aanmanen      
adi heden, vandaag      
adiŽren aanvaarden, aannemen,
aanslaan, ondervinden, beheren
     
     
adimeren benemen      
adimpleren vervullen      
adjiciŽren toewerpen      
adjectie toewerping, bijwerping      
 

 

 

     
adjourneren dagvaarden      
adjuncten bijgevoegde personen      
adjungeren bijvoegen      
adjudiciŽren toewijzen, aanwijzen      
adjudicatie toewijzing, aanwijzing      
adjusteren gelijk maken, afpassen
afbetalen, regelen, verheffen
     
       
adjuveren helpen      
admediatie toelaten, toestemmen, dulden      
adminiculen hulpmiddelen      
administreren bedienen, uitvoeren      
administratie bediening, uitvoering, bewind      
administrateur bewindhouder, bewindhebber      
admireren verwonderen      
admirabel wonderlijk      
admiratie verwondering      
admiraal zeevoogd      
admiraliteit zeevoogdij, zeebestuur      
admitteren toelaten, toestaan, inwilligen      
admissie aanneming, toelating      
 

 

 

     
admodiatie heffing van een verbruiks-
belasting
     
       
admoneren vermanen, aanmanen      
admonitie aanmaning, vermaning      
admoveren aanvoeren, aanbrengen      
adopteren iemand als kind aannemen      
adoptie het aannemen van een kind      
adoreren aanbidden      
adorneren versieren, opschikken, optooien      
ad primam tot de eerste dienst- of rechtsdag      
adresseren beschikken, toezenden,
aanwijzen
     
     
adres aanwijling      
adscriberen toeŽigenen, toeschrijven      
adscriptie toeschrijving, beschrijving      
adstringeren verbinden, afdwingen, afpersen      
adstructie vastmaking      
adstrueren vastmaken      
advancement bevordering      
advanceren vorderen      
advans voordeel      
advenant overeenkomstig, bijgevolg
aandeel

 

     
 

     
advers tegenpartij      
adversaris de tegenpartij      
adverseren tegenstreven, tegenover staan      
adverteren waarschuwen, verwittigen      
advertentie waarschuwing, bekendmaking      
advertissement
van rechten
geschrift waarin middelen en
aanmerkingen van rechten
worden vermeld
     
     
     
advies goeddunken, aanrading      
adviseren beraden, bezinnen, verwittigen,
kennis geven
     
     
adulatie vlijerij, mouwvegerij      
aduleren vleien, mouwvegen      
adulteren overspel bedrijven      
advocaet gerechtelijk voorspreker, patroon      
avocateren toeroepen, voorspreken,
het woord doen voor een andere
     
     
advoyeren toestemmen, bevestigen,      
advoy toestemming      
 

 

 

     
aedificie gebouw      
aeldinck, aelding erfgenaam      
aelinger erfgenaam      
aequipagie uitrusting      
aequiperen uitrusten      
aequipolent gelijkmatig, evenwaardig      
aequiteyt billijkheid      
aequivalent gelijkwaardig      
aequivaleren gelijk gelden, evenwaardig zijn      
aequivocatie gelijknamigheid, woordspeling,
dubbelzinnigheid
     
     
aestimatie waarde, waardering, schatting      
aestimeren waarderen, schatten, waardig
achten
     
     
affairen handel, koopmanschap,
bekommernis
     
     
affectatie najaging, gretigheid      
affecteren beijveren, behartigen, najagen      
affectie toegenegenheid, hartstocht,
toeneiging
     
     
affectioneren toeneigen, beminnen      
afficiŽren aandoen      
 

 

 

     
affigeren aanhechten, aanplakken      
affiniteyt zwagerschap, verwantschap      
affirmatie bevestiging, betuiging      
affirmeren verzekeren, bevestigen, betuigen      
affixie aanhechting, aanplakking      
affllictie kwelling      
affligeren neerslaan, kwellen      
affluŽren toevloeien, overvloeien      
affluxie toevloeiing      
affront verkorting, belediging, hoon,
eerberoving
     
     
affronteren beledigen, verongelijken, honen      
agent iemand die in naam van iemand
anders mag optreden
     
     
ageren doen, handelen
in rechten handelen, gerechtelijk
vervolgen
     
     
       
aggraveren bezwaren, overladen      
aggreatie behaging, toestemming      
aggreŽren behagen, toestemmen      
 

 

 

     
aggrediŽren aanvallen, aangaan, toetreden      
aggresseren aanvatten, aanvallen, invaren      
agiel snel, behendig      
agnosceren herkennen      
alaem, alaam gereedschap, machines,
onderdelen van machines
     
       
aliŽnatie vervreemding      
aliŽnabel wat vervreemd kan worden      
aliŽneren vervreemden      
alimentatie opvoeding      
alimenteren voeden, de kost geven      
allegatie aanwijzing      
allegeren voortbrengen, aanwijzen,
in rechten bijbrengen
     
     
alliantie bondgenootschap      
alliŽren een verbond maken      
allodiale goederen vrije have en goederen,
niet-leen goederen
     
     
alloy muntstof      
alluderen opspelen      
allusie inzicht op iets      
 

 

 

     
alluvie aanvloeiing, aanspoeling      
alsmorgen de volgende dag      
alteratie verandering      
altriceren kijven, bedingen      
altricatie bedinging, gekijf      
altereren veranderen, verwisselen      
alternatief verwisseling, het ťťn of het
ander
     
     
amateur liefhebber      
ambagen omwegen      
ambassade zending      
ambassadeur gezant, hofgezant      
ambiŽren ergens naar trachten, verzoeken,
begeren
     
     
ambiguiteyt dubbelzinnigheid      
ambitie staatszucht, eergierigheid      
ambitieus eergierig, staatszuchtig      
amende boete, straf      
amiabel lieflijk, minzaam      
amicabel vriendelijk      
 

 

 

     
amicabile compositeurs goede mannen, scheidslieden      
amice goede vriend      
amissie verlies      
amoliŽren wegdrijven, uitroeien, verdelgen      
amonitie toerusting, oorlogsgereedschap      
amoureus verliefd      
amortiseren afschrijven
"het goed in doode handt stellen,
onwandelbaar maken
"
     
     
     
amoveren weren, wegdoen, wegnemen      
ampel in 't lang, uitgebreid      
amphibolie dubbelzinnigheid      
amphibologie twijfel, dubbelzinnigheid      
amphitheater schouwburg
"een ronden burg daer iet eerlyks
vertoont wordt
"
     
     
     
amplecteren omhelzen, omvangen, aannemen,
verkiezen
     
     
ampliŽren versterken, uitbreiden,
verbreden, vermeerderen
     
     
 

 

 

     
amputeren besnoeien, afsnoeien      
anabaptist herdoper      
analogie evenredigheid      
anatomie ontleding      
animadversie aanmerking, opmerking      
animadverteren waarnemen, behartigen,
bevroeden, opmerken
     
     
animeren moed geven, aanporren      
animeus moedig      
animositeyt moed, moedigheid      
annalen jaarboeken, tijdrekeningen      
annecteren aanknopen, aanhechten      
annex aangehecht, bijgevoegd      
annihileren annulleren, vernietigen,
teniet doen
     
     
annotatie aantekening      
annoteren aantekenen      
annuŽren toewenden, toeknikken, toestaan      
annullatie vernietiging      
 

 

 

     
annulleren vernietigen      
annonciŽren aanzeggen, aankondigen      
antecederen voorgaan, voorafgaan      
antecelleren uitmunten, overtreffen      
antecesseur voorganger, voorzaat      
anticipatie voorkomen, voor de vervaldag      
anticiperen voorkomen, verrassen,
onderscheppen
     
     
antidateren vervroegen, vroeger voorstellen
als in werkelijkheid
     
     
antidotael tegengif      
antipatie afkeer, weerzin      
antiq. oud, ouderwets      
antiqueren afschaffen, tenietdoen      
antiquiteyt ooudheid      
apaert afzonderlijk, afgescheiden      
apocriph verborgen, twijfelachtig,
ongeregeld
     
     
apologie verantwoording, verdediging      
 

 

 

     
apostaet afvallige, verloochenaar      
apostel gezant      
apostille vermelding in de marge of de
zijkant van een akte
     
     
apostilleren aantekenen in de marge      
appaiseren bevredigen      
apparent ogenschijnlijk, schijnbaar,
waarschijnlijk
     
     
apparentie schijnbaarheid      
appellatie, appel beroep van iemand op een
hogere rechter
     
     
appelleren wederroepen, erkennen,
opnieuw verzoeken
     
     
appendix aanhangsel, bijvoegsel      
applauderen prijzen, toejuichen      
applicatie toepassing      
appliceren toepassen      
appoinctement bestemming, uiting      
appoincteren bestemmen      
 

 

 

     
apprehenderen vasthouden, vangen, aantasten
arresteren
     
       
apprehentie begrip, bevatting
hechtenis
     
       
approbatie goedkeuring      
approberen goedkeuren, toestaan      
approcheren naderen      
appropriŽren toeŽigenen      
apt nuttig, bekwaam      
apud acta wettelijk, voor 't gerecht      
apuy steun, leuning      
arbiters scheidsrechters, bemiddelaars      
arbitragie goeddunken, uitspraak      
arbitrateurs vredemakers, bemiddelaars      
arbitreren bemiddelen, uitspreken      
arbitreur bemiddelaar      
architect bouwmeester      
arguatie beknibbeling, twistpunt      
arguŽren betwisten      
argument bewijs, reden, inhoud      
argumentatie redenering      
argumenteren beredeneren      
 

 

 

     
aristocratie regering van edelen      
arre godspenning, welkomgeld      
arrementen van 't proces
t' aenveerden
"in de sake voortgaen, en 't
proces aennemen op den grondt
daer op 't selve begonnen is
"
     
     
     
arrest beslag, besluit op iemands
persoon of goed
     
     
arresteren vasthouden, in verzekerde
bewaring houden
     
     
arriveren aankomen, aanlanden      
arrogant trots, vermetel      
arsenael wapenhuis, arsenaal      
artikel hoofdstuk, lid      
articulieren ontleden      
artificie kunsthandel      
artificieel kunstig, kunstmatig      
artillerie geschut      
ascendent opgaande, opklimmende      
aspect aanschouw, standpunt, zicht      
aspiratie doel waarnaar men tracht      
aspireren najagen, trachten naar      
 

 

 

     
assassinaet moord      
ascriberen toeschrijven, toeŽigenen aan      
assecteren navolgen, najagen      
assequeren bekomen, verkrijgen, vervolgen      
asserveren behoeden, vrijwaren      
assesseur bijgevoegde      
assereren verzekeren      
assignatie aanwijzing, bewijs, toewijzing      
assigneren aanwijzen, bewijzen (tegenover
iemand)
     
     
assimileren vergelijken      
assimuleren veinzen      
assistentie bijstand, hulp      
assisteren bijstaan, helpen      
associŽren vergezellen, verenigen met      
assopiŽren in slaap wiegen, neerleggen,
kalmeren
     
     
assumeren aannemen, vermoeden      
assumtie aanneming, vermoeden      
assurantie verzekering      
assurateur verzekeraar      
assureren verzekeren      
astringeren prangen, samen dwingen      
astruŽren ophouden, aanhouden,
"tot een fondament stellen"
     
     
astructie gebouw, bewering      
 

 

 

     
atheÔst godverloochenaar      
attache aanhangsel
"schriftelijk consent op 't gene
gedaen is, dat men aen eenige
stucken hangt ofte bijvoegt
"
     
     
     
     
attaqueren aanranden, aanvallen, aangrijpen      
attentaet fout gedrag, tegen de regels      
attenteren beproeven, ondernemen      
attentť, attentelijk met aandacht      
attentie toeluistering      
atterminatie verlenging, uitstel      
atterminatiebrieven brieven van uitstel
"om voor sekeren tydt van sijne
schuldenaers bevrydt te zyn
"
     
     
     
attestant getuige      
attestatie getuigenis, verklaring
schriftelijke verklaring,
getuigenverklaring
     
       
       
attesteren getuigen, verklaren      
attrapperen achterhalen, betrappen      
attribuŽren toevoegen, toeŽigenen,
bijvoegen
     
     
 

 

 

     
avance winst      
avancement bevordering, vordering      
avanceren (op)vorderen, bevorderen      
avantage voordeel      
audiŽntie gehoor      
auditeur toehoorder      
auditorium hoorzaal      
aufugeren weglopen, ontvluchten      
augmenteren vermeerderen      
aversie afkeer      
avoceren afstemmen, ontraden      
avontuer geval, zaak, casus      
avontueren bestaan, wagen      
autentyk geloofwaardig      
autentiseren bekrachtigen, krachtiger maken      
autheur maker, vinder, insteller, schrijver      
authographum basistekst, grondtekst      
authorisatie volmacht      
authoriseren gezag geven, machtig maken      
authoriteyt gezag, macht, geloofwaardigheid      
auxilie hulp, bijstand      
auxiliŽren helpen, behulpzaam zijn, bijstaan      
axioma algemene regel      
 

       

 

Samengesteld door Georges Brems & Bert Vleugels

 

Laatste wijziging 15-05-2013 - Aanmaak pagina