A - B
C - D
E - F
G - H
I - J
K - L
M - N
O - P
Q - R
S - T
U - V - W
X - Y - Z

S

   

T

 
saccageren stropen   tabellioen "bondtschryver"
sacrament heilteken, eedverbond   tabernakel tent, hut
sacreren heiligen, wijden   tacite stilzwijgend, bedenkt
sacrificie offerande, heiliging   tapyt behangsel, pel
sacrilegie kerkroof, kerkdiefstal   tarderen vertoeven, benijden
ophouden
sacristie heiligdom    
saiseren vatten, vasthouden   tarra onrein, onzuiver
saisie, saisine genot, bezit   taverne herberg, kroeg
saisoen geijde, jaargetijde   tavernier waard, uitbater van een herberg
salariŽren bezoldigen, belonen   taxatie schatting, waardering
salaris wedde, loon, bezoldiging   taxeren schatten, waarderen
salueren begroeten   temerair roekeloos, stout, vermetelijk,
lichtvaardig, zonder nadenken
salut heil, zaligheid
begroeting
   
    tempeest onweer, storm
salutair heilzaam   tempel kerk
salutatie begroeting, heilwens   temperantie matigheid
saluteren groeten, begroeten   temporeel tijdelijk
salvatie vrijwaring, beschutting   temtatie kwelling
salveconduit vrijgeleide, paspoort   temteren kwellen
salveren vrijwaren, beschutten   tenderen strekken
salveren begroeten   teneur inhoud, strekking
samblant ogenschijnlijk   tentatie beproeving, verzoeking,
bekoring
sanctificatie heiligmaking    
sapientie wijsheid   tenteren beproeven, verzoeken, bekoren
satisfactie voldoening   tergiversatie uitstel, tegenstribbeling
saufconduit vrijgeleide, paspoort   tergiverseren uitstel zoeken, tegenstribbelen
sauvegarde bescherming, beschutting,
vrijgeleide, vrijwaring
  termen bepaalde en gepaste woorden
    terminatie (uit)einde
 

       
scabel bank   termineren eindigen
vellen, bepalen
scabreus ruw, ruig, schurftig, grof    
scandael aanstoot, ergernis   termyn bepaling, afpaling, merkteken
scandaleus ergerlijk, aanstootgevend   territoria eigendomsbepaling, gebieds-
begrenzing (-afgrenzing)
scandaliferen ergeren, aanstoot geven    
scapperen ontkomen   testament laatste wil, verbond
scene toneel   restamenteur iemand die ervoor zorgt dat
iemands laatste wil wordt
uitgevoerd
"executeur testamentair"
scepter koningsstaf, rijksstaf    
scherprechter beul, hij die lijf- en doodstraffen
voltrekt
   
     
scholasticq schools   testateur, testatrice persoon die een laatste wil of
testament opmaakt
schole plaats waar men iets leert    
schrifture rechtsstuk, pleitstuk   testeren iemand erfgenaam maken
scientie wetenschap   testificatie betuiging, wilsbeschikking
scisma scheuring   testimonium getuigenis
scismaticq scheurzuchtig, verscheurend   theatre schouwburg, toneel, schouw-
plaats
scortatie hoerering    
scrupule angst, bekommernis
"gewicht van twintig greynen"
  thema voorstel, opstelling
    theologant godsgeleerde, schriftgeleerde
scrupuleus angstig   theologie godsgeleerdheid,
godsdienstkunde
scruteren doorsnuffelen, doorgronden,
doorzoeken
   
    thesis stelling
scurre rabouw, guit, fielt   thresoor schat
scuriliteyt rabouwigheid   thresorier ontvanger, schatmeester,
penningmeester
 

     
secluderen uitsluiten, afsluiten   ticht eis
seclusie uitsluiting, afsluiting   timiditeyt vrees, schroom
seconde tweede   tincture verving, doping
seconderen bijstaan, steunen   tiran dwingeland, geweldenaar
secours bijstand, hulp, steun   tirannie dwingelandij, geweld,
wreedheid
secreet geheim    
secretelyk heimelijk   titule opschrift, bijnaam, erenaam
secretaris raadschrijver, geheimschrijver,
rechterlijk schrijver,
stadsschrijver
  tituleren benoemen
opschrijven
     
    toestanderen (zn) de medeplichtigen
secte aanhang
gedeeltelijk
  tolerantie verdraagzaamheid
    tolereren verdragen, toelaten
sectaris aanhanger   tombe graf
seculier wereldlijk   tome boekdeel
seculum honderdjarige eeuw   torment pijn
secundum quid naar iets   tormenteren pijnigen
securiteyt veiligheid, onbekommerdheid,
onbeschroomdheid, gerustheid
  torqueren wenden, draaien, keren
    torture pijniging
seditie oproer   tortureren pijnigen
seditieus oproerig   tortuur foltering, pijnbank
sedule handschrift   totael in zijn geheel, geheel
seigneur heer   tractaet handeling
seigneurie heerschappij, heerlijkheid   tractaet van trevis
tractaet van trehus
bestandshandeling
sejonctie onderscheiding, afscheiding,
verschil
   
    tractabel handelbaar, rijkelijk
goed onthalend
 

     
semblant schijn   tracteren handelen, onthalen
te goed doen
seminarium plantentuin, kwekerij, snijhof    
semiplene probatie halve proef, half bewijs   traditie overlevering, opdracht
senateur raadsheer   traduceren overzetten, vertalen
bekladden, doorstrepen
senatusconsulte raadsbesluit    
senior ouderling   traficq koophandel
sensibel gevoelig   traficqueren handel drijven
sententie vonnis, oordeel, gerechtelijke
uitspraak
zinnespreuk, spreuk, zinsuiting
  tragedie treurspel
    traineren slepen, aanslepen, laten / doen
aanslepen
     
sententie definitif eindoordeel   traiter verrader
sententiŽren vonnissen, oordelen   tranquilliteyt rust, stilte
sententieus zinnerijk   transactie overgave, afhandeling, verdrag,
overeenkomst
sentiment gevoeligheid, gevoelen    
separatie scheiding   transformatie vervorming, gedaanteverandering
separatio bonorum boedelscheiding   transformeren vervormen, van gedaante
veranderen
separabel verschillend, onderscheidbaar    
separeren scheiden   transgressie overtreding
sepiment tuin   transiŽren overgaan, voorbijgaan
seponeren wegleggen, ter zijde leggen   transigie overtreding, aftreden
sepulcre graf   transigeren overkomen, overzetten,
verdragen
sepulture begrafenis, graf    
sequele gevolg   translateren overzetten, overdragen
sequestratie bijlegging, inbewaarstelling   translatie overzetting, overdracht
sequester zegsman, makelaar
in wiens handen een betwiste
zaak in bewaring wordt gegeven
  transmitteren verzenden
    transmutatie verwisseling
    transmuteren verwisselen
 

       
sequestreren overgeven, in bewaring geven   transport overdracht, opdracht, overgave
sereniteyt helderheid   transporteren overdragen, overleveren
sergeant bediener, rechtsbode   transubstantiatie overzelfstandigheid
serieus ernstig   travalie arbeid
sermoon betoog, prediking   travailleren arbeiden, werken
moeite (aan)doen
serpent slang    
servateur behoeder, behouder   travers dwars, kruiselings, kruiswegs
serviteur dienaar   traverseren kruisen, dwarsen
servituyt dienstbaarheid   tranchee loopgraaf, loopgracht
sessie zitting, vergadering, bijeenkomst   trepidatie beving, dooreenschudding
seuretť des corps vrijgeleide, vrijbrief   trevis bestand, wapenstilstand
severiteyt strengheid, hardheid, ernst   triangel driehoek
sexe soort, geslacht, kunne   tribulatie verdriet, kwelling
sicaneren haarklieven, muggeziften,
kibbelen
  tribuyt tol, taxering
    trinitas drievuldigheid, drie-eenheid
sicanerie haarklieverij, gekibbel   triste treurig, droevig, triest
sicaneur pleiter
"eenen die om de minste

 beuzeling een geding aenvangt"

  triumphe triomf, zegepraal, intrede
    triumpheren triomferen, zegepralen
    tropheŽn tekenen van zege
signael teken   trotteren draven
signature handtekening   troubleren beroeren
signet merkring, zegelring   troupe kudde, hoop
significant duidelijk   tumult oproer
signifiŽren betekenen   tumultueus oproerig
signum teken   turbatie beroering
silentie stilzwijgen   turbe bende, menigte, schare
 

       
simonie verkoop van gewijde zaken   turbuleren beroeren
simple eenvoudig, enkel
slecht
  turbulent ontstuimig
    turpe lelijk, oneerlijk
simpliciteyt eenvoud
slechtheid
  tutele voogdij,
"momboyrie", "momboirschap"
     
simulatie veins, veinzing   tuteur voogd, "momboyr"
simuleren veinzen   tyrannus dwingeland, geweldenaar
sinceer oprecht, eenvoudig   tyrannie dwingelandij
sinceriteyt oprechtheid   tyranniseren overlast aandoen, geweld
bedrijven
singulariteyt bijzonderheid    
singulier bijzonder, zonderling      
sinister slinks, vals      
sisteren berechten, iemand doen komen      
situatie stand, gelegenheid, eigenschap
op een bepaalde plaats
     
       
situŽren stellen, gelegen zijn      
sober zuinig, spaarzaam, schaars
nuchter
     
       
sobrieteyt nuchterheid, spaarzaamheid      
societeyt gezelschap, gemeenschap,
maatschap
     
       
solaes troost      
solageren troosten      
solemneel feestelijk, plechtig, openlijk,
naar behoren
     
       
solemniseren vieren, feest vieren, plechtig
vieren, huldigen
     
       
solemniteyt hoogtij viering, (plechtig) feest      
 

       
solicitatie beheersing, verzoek      
soliciteren verzoeken, beheersen      
solide louter, hard, vast, lichamelijk      
soliditeyt dichtheid, vastheid,
lichamelijkheid
     
       
solitair eenzaam, alleen      
solstitie zonnestand      
solvent betaalbaar, kunnende betalen      
solveren oplossen
betalen
     
       
solutie oplossing
betaling
     
       
solutieŽn nadere ophelderingen      
sombre beschaduwd, bedekt
betreurend, akelig, droevig
     
       
sommarie inhoud, opsomming, kort
overzicht
     
       
sommatie optelling      
sommeren opvorderen, opeisen
optellen
     
       
sonderen peilen      
sophist wijsneus, haarkliever,
muggezifter, betweter
     
       
sophistiqueren muggeziften, haarklieven      
 

       
sorteren uitzonderen, uitziften      
soulagement troost      
soulageren troosten      
souvereyn opperhoofd, opperste,
oppermachtige, opperhoofd
     
       
souvereniteyt oppermacht      
spargeren verspreiden      
spatie wijdte, ruimte, lege plaats      
spatieus ruim, wijd      
speciale zonderling, bijzonder      
speciale procuratie uitzonderelijke last      
specialiteyt bijzonderheid      
specialyk inzonderheid, bijzonder      
specie gedaante, soort      
species gedaante, soort      
specieus bijzonder, zonderling      
specificatie benoeming, gedaantegeving      
specifiŽren, specificeren uitzonderen, benoemen      
spectakel schouwspel      
spectateur toeschouwer      
spectatie opmerking, bespeuring
bespieding, beschouwing
     
       
specteren toeschouwen      
speculeren bezinnen, bespeuren, bespieden,
beseffen, beschouwen
     
       
speculatif opmerkzaam      
 

       
spelonk aardkuil, grot      
spirituel geestelijk      
splenderen glinsteren, glanzen, uitblinken      
splendeur klaarheid, glans      
spoliatie beroving, plundering      
spolie roof
storing
     
       
spoliŽren beroven, plunderen
storen
     
       
sponderen bekostigen, verspillen      
stateren laten staan, in staat stellen      
statuŽ beeld, beeldhouwwerk      
statuŽren instellen, vastzetten
vaststellen
     
       
stature gestalte, grootte van het lichaam      
statuyten instellingen
landrechten, stadswetten, keuren
     
       
steriliteyt onvruchtbaarheid      
stimulatie aanporring, stimulans      
stimuleren aandrijven, aanporren      
stipulatie toezegging      
stipuleren toezeggen, bedingen      
stratagema arglist, arglistigheid      
structure gebouw, getimmerde constructie      
 

       
student leerling, schoolgast      
studie vlijt, het leren, naarstigheid      
studeren oefenen, vlijten      
studieus naarstig, vlijtig, leerzuchtig      
studoor oefenkamer, leerkamer      
stupiditeyt lompigheid      
stylo novo volgens een nieuwe stijl      
stylo veteri volgens een oude stijl      
suasie overtreding      
suasor overtreder      
subalternatie onderhorigheid      
subalterne onderhorig      
subalterne rechters rechters die onder een hogere
rechter staan
     
       
subdivideren onderscheiden      
subdivisie onderscheiden deel      
subhastatie openbare verkoop      
subject onderwerp, grondzaak      
subjectie onderwerping      
subjiciŽren onderwerpen      
subit snel, terstond, gezwind      
subjungeren onderwerpen      
submissie onderstelling, verblijf      
submitteren onderstellen, verblijven      
suborneren heimelijk opsteken, uitmaken      
 

       
subrept steelsgewijze, tersluiks      
subreptie heimelijke daad      
subreptif onderkropen, tersluiks      
subrogeren in de plaats van iemand anders
stellen
     
       
subsidie onderstand, bijstand      
subsisteren bijstaan, helpen      
subsistentie bijstand, hulp      
subsigneren ondertekenen      
substantie wezenlijkheid, zelfstandigheid      
substantieus bondig, zelfstandig, op eigen
kracht
     
       
substractie aftrekking      
substraheren aftrekken      
substituŽren in de plaats stellen      
substitutie in de plaats stelling, onderstelling      
substituyt in de plaats gestelde, onder-
gestelde
     
       
subtil spitsvondig, scherpzinnig, fijn,
snedig
     
       
subtiliseren haarklieven      
subtiliteyt spitsvondigheid, scherpzinnigheid      
subveniŽren voorkomen, te hulp komen,
steunen, helpen
     
       
subventie onderstand, hulp, steun      
subversie ommekeer      
subvirguleren onderstrepen, onderlijnen      
 

       
succederen opvolgen, navolgen
lukken, succes hebben
     
       
successie opvolging, navolging
versterf, versterfenis
     
       
successeur erfgenaam, nakomeling      
succinct kort, bondig, beknopt      
succours hulp      
succumberen onderliggen      
suffisant genoegzaam      
suite gevolg      
sumptueus kostelijk      
superabondant overvloedig      
superabondantie overvloed, overvloedigheid      
superbe hoogmoedig, trots, hovaardig      
superbiteyt hoogmoed, trotsheid      
superficie oppervlak, vlak, vlakte      
superflu overvloedig, overtollig      
superintendent oppervoogd      
superioriteyt overheid      
superscriptie opschrift      
supersederen nalaten      
superstitie overtolligheid
bijgeloof, wangeloof
     
       
superstitieus overtollig
bijgelovig
     
       
suppediteren toerijken      
 

       
supplement, suppletie (bij)vulling      
suppleren (bij)vullen, vervullen      
suppliant verzoeker, aanvrager      
supplianten smekers, verzoekers      
supplicatie smeekbede, smeekschrift,
verzoek, verzoekschrift
     
       
supplitie straf, lijfstraf      
suppliceren smeken, aan de voeten vallen      
support steun, stut      
supporteren onderstutten, onderschragen      
supposeren veronderstellen, uitmaken      
supposi ondergetekende, onderhorige      
suppositie onderstelling, onderwerping      
suppressie onderdrukking, verdrukking      
supprimeren onderdrukken, verdrukken      
suranneren overjaars (doen) worden      
suranneringe overjarige      
surceantie opschorting, in stand houding      
surceŽren opschorten, in stand houden      
surplus overschot      
surreptie ontfutseling      
surrogatie vervanging, in de plaats stelling
(van iemand)
     
       
surrogeren in de plaats stellen, vervangen      
 

       
survivantie overleving      
susciteren opwekken      
suspect verdacht      
suspecteren verdenken, nadenken,
achterdochtig zijn
     
       
suspenderen uitstellen, opschorten, schorsen      
suspensie opschorting, uitstel
twijfel, onzekerheid
     
       
suspicie achterdocht, argwaan,
vermoeden
     
       
sustentatie onderhoud      
sustenteren staande houden      
sustineren staande houden, drijven
zich beroepen op
     
       
sustenue instandhouding      
sympathie natuurlijke genegenheid      
synagoge school, vergaderplaats      
synode kerkelijke landsraad, kerkelijke
vergadering
     

 

       

 

Samengesteld door Georges Brems & Bert Vleugels

 

Laatste wijziging 18-05-2013 - Aanmaak pagina