A  B
 C  D
 E  F
 G  H
 I  J
 K  L
 M  N
 O  P
 Q  R
 S  T
 U  V
VA
VE
VER
VERL
VES
VI
VO
VR
 W  X
 Y  Z

vs

bijv nw, tvgl: vs - vsser - vst

1. Vers, fris.

Bij Aliske kunde altij goeje vsse vis krijge. = Bij Alice kan je altijd verse vis kopen.

 

 

vt

bijv nw, tvgl: vt - vtter - vtst

1. Vet, dik.

V da vt vntsje kunde moejelek e kostum koope - da past oemes ni! = Voor die dikke man is het haast onmogelijk om een net pak te vinden - er is bijna niets dat hem past!

 

2. Vettig, glibberig - ook figuurlijk bedoeld, in de zin van gluiperig.

'k m ie ne krm gekocht v men anne, m'k vin em nogal vt. Ma'k em ni[j] oemwissele? = Ik heb hier een handcrme gekocht, maar ik vind het nogal vettig. Mag ik de crme niet omruilen.

Da vt manneke moet m zen polle van me lijf blijve! = Die gluiperd moet met zijn handen van mij af blijven!

Da manneke paast dat em zen ijge alles kan prremeteere, m 'k zal em sebiet s goe ze vt geeve, s! = Dat kereltje denkt waarschijnlijk dat hij zich alles kan veroorloven, maar ik zal hem seffens eens goed mijn gedacht over hem zeggen!

 

vt

zn (et), geen mv.

1. Vet, het vet-gedeelte van het vlees.

Ve mij ne goejen bustk, bijnaaver! Zonder vt, ! = Graag een lekker stuk biefstuk, slager! Zonder vetrand, als het kan!

 

vtrenr

zn (ne), mv: vtrenrs - verklw: vtrenrreke (e)

1. Dierenarts, gediplomeerd persoon die zieke dieren, m.n. kleine huisdieren, medisch behandelt, veearts, veterinair. [>Nl. veterinair] [>Fr. vtrinaire]

'k Zn m[j] onzen ont n de vtrenr gewst, want e waa nemijr eete. M j... en aa ee kiekebijntsje[n] ingesloeke. = Ik ben met onze hond naar de dierenarts op consultatie geweest, omdat het dier niet meer wou eten. Nogal wiedes... hij had een kippenboutje ingeslikt.

 

 

vtteveel / vtteveul

uitdrukking

1. Veel te veel, overvloedig, meer dan nodig, overdadig.

De lsten tijt mme de kindere vtteveel speelgoe - Ze weete nemij m wa da z'ijst gn speele, n ze zn alles derkt mieg. = Tegenwoordig hebben kinderen een overdaad aan speelgoed - We weten niet meer waarmee ze eerst zouden speelen, en bovendien zijn ze alles bijna onmiddellijk beu.

 

Zie ook: tevtteveel / tevtteveul

 

vtting

zn (een), geen mv - geen verklw.

1. Pak rammel, pak slaag, rammeling, afstraffing.

A ge na ni derkt g lestere, dn zal ek aa sebiet s een goej vtting geeve! = Als je niet onmiddellijk gehoorzaamt, ga ik je een flink pak rammel geven.

 

Zie ook: vossing

vedenoen

Zie: vddenoen / vedenoen

 

vegoe / vgoe

bijw

1. Voorgoed, voor altijd, definitief. [>Nl. voorgoed]

Paasde da wlle vegoe bijijnblijve? = Denk je dat we voor altijd bij elkaar zullen blijven?

 

2. Voor goed, niet meer als proef.

Naa m ek et al tien kijren oovergeschreeven in 't klad, m naa gn ek et vegoe oep den diplom ztte. = Ik heb het nu al tien keer geoefend, maar nu ga ik het definitief op het diploma schrijven.

 

velechijt

zn (de), mv: -

1. Vuil, afval.

Zoo schoon ojs n dn al die velechijt veu de deur. Da's naa toch gij zicht, znne. = Een pracht van een huis met allemaal vuil er voor. Dat is echt geen zicht!

Doe die velechijt s in de vojlbak! = Werp dat vuil eens in de vuilbak.

 

 

 

veu(r)broek

zn (een), mv: veu(r)broeke - verklw: veu(r)broekske (e)

1. Gulp van een broek, gedeelte vooraan in een broek dat kan worden geopend.

Doet aa veu(r)broek toe, want 't trkt ie. = Sluit je gulp, want het tocht hier. Dit om op een vriendelijke manier te wijzen op het feit dat iemands gulp openstaat).

 

 

veralles / vralles

bijw

1. Bij een spel gaan voor de grootste inzet, en dus voor de grootste beloning.

Me wren n't wieze, n 'k aa zoon goej kte da'k veralles gegn zn. M 'k zat erbinne, want dr aa nog imant ijn troefke[n] achtergaave. = Bij het whisten had ik buitengewoon goede kaarten, dat ik besliste om alle slagen te halen. Maar het is me niet gelukt, want n van de spelers was er in geslaagd een troefkaart bij te houden.

 

2. Bij een spel overeenkomen dat alle mogelijke en geldige spelregels mogen worden toegepast.

Wttewa? Me gn wippen n 't s vralles. = Weet je... we gaan het kaartspel wippen spelen, met alle spelregels toegelaten.

 

verallevalleveu

bijw

1. In alle geval, in alle omstandigheden, uit voorzorg.

Toen at den oorlog in Koewijt ojtbrak, m ek verallevalleveu me schapr ngevuld. = Toen de Golfoorlog losbrak, heb ik uit voorzorg de proviandkast maar aangevuld.

 

verrewtswg

bijw

1. Zonder er bij na te denken, impulsief, spontaan.

De mijster aa de vrg nog m goe gezej, n verrewtswg gaf em al een antwoort! n 't was ni zjeusts natuurlek. = De leraar had de vraag nog maar amper gesteld, of impulsief  gaf hij een antwoord. En het was natuurlijk fout.

 

 

ves

zn (ne), mv: vesse - verklw: veske (e)

1. Kikvors, vors.

d'Er zitte gijn vesse ne mij[r] in de Bosbejk. = Er zitten geen kikkers meer in de Bosbeek.

 

Zie ook: paddeves

 

ve()schot

zn (ne), mv: ve()schoote - verklw: ve()schoetsje (e)

1. Stuk leer of doek dat men voorbindt om de kleren te beschermen. Er bestaan ook modellen in de vorm van een kleed, dat vaak de hele dag door de vrouwen gedragen werd. [>Nl. voorschoot]

'k m ijl den dag n mene zakkensdoek n 't zuuke gewst, n oep't schij van de mt stak em in mene veschoot! = Ik ben heel de dag op zoek geweest naar mijn zakdoek, en uiteindelijk bleek hij in mijn voorschoot te zitten.

Oep de mt verkoope ze naa zoo van die veschoote in niln di da g'ijl den dag kunt drge oemda't persies e klijke[n] s. = Op de markt verkoop men voorschoten in nylon, die je heel de dag kan aantrekken, omdat ze er net als een jurk uitzien.

 

2. Wordt ook figuurlijk gebruikt om aan te geven dat iets maar een kleine oppervlakte beslaat.

'k Was gn oore ve dad appartemnt in de Stssestrt, da m dagroot trras. Mr oep da trras kunde m moejte[n] aave vojlbak kwijt, want dad s nog gijne veschoot groot. = Ik ben eens gaan kijken op het appartement dat te huur staat in de Stationstraat, waarvan men beweert dat er een groot terras is. Maar het terras is zo klein, dat je er amper de vuilnisbak kan zetten.

 

vesseschrik

zn (ne), geen mv

1. Grote angst, hevige schrik, traumatische angst.

M mns toch! Wa doede gij me naa verschiete! Ge zot er begot ne vesseschrik n oover aave! = Maar man toch! Je doet me echt wel schrikken! Ik hou er misschien wel een trauma aan over!

 

vest

zn (een), mv: veste - verklw: vestsje (e)

1. Vuist, samengebalde hand.

'k Weet cht ni wa'k misdn m, m naa stak die toch een vest oep n mij, zeker! = Ik weet echt niet wat ik mispeuterd heb, maar ze maakte een vuist naar mij.

Kunde gr wa da'kik in men vest m? = Kan je raden wat ik in mijn hand hou?

Och... die zn mijr as ijne kij m mekandere[n] oep de vest gegn. = Ach, die hebben vaker met mekaar gevochten.

 

 

vetaave

uitdrukking

1. Om te behouden, om te houden.

Naa gn ek aa sebiet iet geeve vetaave. Da moete noot nemij truggeeve, n da meugd ook ni[j] n imant anders geeve. = Ik ga je seffens iets schenken dat je voor altijd mag houden. Je moet het dus nooit meer teruggeven, en je mag het niet aan iemand anders geven.

 

vetdoen

ww, verv: doen vet - dee vet - vetgedn

1. Voortdoen, verderdoen, verdergaan met, voortdoen waarmee men bezig is, doorwerken.

Godde naa nog vetdoen, of oe zit 'et? = Ga je nu doorwerken, of wat is er?

'k m ijl de vedenoen goe vetgedn, n oem twllef uur aa'k gedn. = Ik heb heel de voormiddag flink doorgewerkt, en om twaalf uur was ik klaar.

A ge naa ni derkt vet doe, dn zal ek er de roej s onder lgge...! = Als je nu niet onmiddellijk verder werkt, dan ga ik je straffen!

 

vetelache / vttelache

uitdrukking

1. Om te lachen, niet ernstig bedoeld, als grap bedoeld.

Vetelache aa'k eur schoenen oover de traplejn gange, n ze vond ze natuurlek ni. = Voor de grap had ik haar schoenen over de trapleuning gehangen, en uiteraard vond ze de schoenen niet.

Moete naa s iet weete vttelache? = Wil je nu eens iets grappigs horen?

 

 

vetkunne

ww, kan vet - kon vet - vetgekunne

1. Verder kunnen, niet hoeven te wachten op iets of iemand.

A'k naa[j] al die[j] aate balleke[n], dn kan'ek vet. = Als ik al die houten balken heb, kan ik verder werken.

Gij m[j] aa gezg! Ier s ondert frang - dn kunde vet. = Jij zeurt altijd maar door! Hier is honderd frank, dan kan je verder.

 

vets

bijw

1. Voorts, verder, dadelijk, vervolgens, enzovoort.

Ijst ejt em mij ijl ze lijven ojtgelej, n vets zaa em dat em trug ging vejre. = Eerste vertelde hij me heel zijn leven, en vervolgens zij hij dat hij terug ging varen.

 

vevergoe

bijw

1. Menens, echt, geldig, niet meer om te oefenen of proberen maar finale kans of beurt.

N da'k et zeeker twinteg kijre geprobeerd aan, moet ek et naa vevergoe doen. = Nadat ik het minstens 20 keer geprobeerd heb (om te oefenen), moet ik het nu definitief / in het echt doen.

 

veuztte

ww, zt veu - ztte veu - veugezt

1. Voorzetten, zijn uiterste best doen.

Zt strak aa bste bijntsje m veu! = Doe straks maar je uiterste best, geef maar alles wat je in je hebt!

 

2. Voorschotelen.

Toen a'k em een talloor boonsoep veuztte, trok em zene neus oep. = Toen ik hem een bord soep voorschotelde, keek hij heel sceptisch.

 

 

Laatste wijziging 21-07-2008 - Toevoegen afbeeldingen
10-05-2008 - Toevoegen afbeeldingen
24-02-2007 - Omzetting naar nieuwe stijl