A  B
 C  D
 E  F
 G  H
 I  J
 K  L
 M  N
 O  P
 Q  R
 S  T
SAA
SCHE
SCHI
SCHR
SE
SI
SJE
SL
SM
SN
SO
SP
STA
STI
STR
 U  V
 W  X
 Y  Z

staan

stofnaam

1. Van steen, gemaakt van steen. Ook gebruikt voor aardewerk.

Ne staanen bloempot. = Een stenen bloempot. Een bloempot in aardewerk of terracotta.

 

stn

ww, verv: stn - ston - gestn

1. Staan, rechtop staan, stil staan.

Wa stde d naa te doen? = Wat sta je daar nu te doen?

'k Wil naa niks zgge, m[r] ijgelek std'ie[r] in de wg. = Ik wil niet moelijk doen, maar eigenlijk sta je hier in de weg.

Oep de zstinde n de lsten dag van de ment, stn d'ottoos altij langs alle twij de kante van't strt. n dn kan d'ottobus natuurlek ni deu! = Op de zestiende en de laatste dag van de maand staan de auto's altijd langs beide zijden van de straat geparkeerd. Daardoor kan de autobus dan weer niet langsrijden!

Oe stodde d naa? = wat sta je daar te doen? Wat voor een rare houding neem je nu weer aan?

 

2. Goed passen, geschikt zijn, op mekaar afgestemd zijn.

Da klijke std'aa ijl goe! = Die jurk past je heel mooi. Je ziet er heel goed uit met die jurk.

Gij st zllefs m ne snottenbl! = Jij kan aantrekken wat je wil, je ziet er altijd goed uit!

Wa zn da naa v maniere! Da std aa ni, znne! =Wat zijn dat voor ongepaste manieren! Dat had ik niet van jou verwacht, hoor!

 

3. Ook figuurlijk gebruikt.

Z'mme[n] m oep stnde voet ontslge! = Hij werd onstlagen en moest onmiddellijk het gebouw verlaten.

 

 

staar

zn (een), mv: staare - verklw: -

1. Letterlijk: ster. Men bedoelt er echter het hoofd mee, en zelfs de hersenen.

Die[j] ej[g] et nogal s oog in eur staar, sch! Wie paast die wl da z's? = Ze heeft nogal een goede dunk van zich zelf! Wie denkt ze wel dat ze is?

A'd onze Zjn iet in zen staar ej, dn zal em zerrege da't ojtkomt ook. = Als onze Jan zich iets in zijn hoofd heeft gehaald, dan zal hij er koste wat kost voor zorgen dat het gedacht gerealiseerd wordt.

 

 

stsse

zn (de), mv: stsses - verklw: stsseke (e)

1. Het treinstation.

Bij den ijzerewg werre[n] altij m mijr stsses gesloote, n da's ni plizant v de mnse die[j] ooverblijve. = De NMBS sluit meer en meer stations, en dat is zeker geen goede zaak voor de overblijvende bedienden die net daar de dienst moesten waarnemen.

 

2. Stopplaats meestal van het openbaar vervoer, maar ook figuurlijk.

E[n] ej[d] ie[r] een pint gedroenke, m naa s em nr een ander stsse. = Hij heeft hier een glas bier gedronken maar nu is hij naar een volgende "halte" (lees: herberg).

 

3. Tafereel van een kruisweg.

In da kapplleke[n] mme ze nen bejwg van 16 stsses. = In dat kapelletje heeft men een kruisweg met 16 taferelen.

 

staat

bijv nw, tvgl: staat - staater - staatst

1. Stout, ondeugend, ongehoorzaam.

Staate kindere werre deu Zwtte Piet in de zak gestooke in plets van iet te krijge. = Stoute kinderen worden door Zwarte Piet meegenomen in de zak in plaats van speelgoed te krijgen.

 

staaterik

zn (ne), mv: staaterikke - verklw: staaterikske (e)

1. Stouterd, stouterik. Ook minder erg om een ondeugend persoon aan te duiden.

Naa[j] mme'k al zeeker ondert kijre teege dij klaane gezej dat em gijn schaare oep men kas mag mke, n toch blft em altij m vets doen! Zoone staaterik! = Nu heb ik al zo vaak tegen dat jongetje gezegd dat hij geen krassen op de kast mocht maken, en toch blijft hij dat verder doen! Zo een stouterd!

 

stal

zn (ne), mv: stalle - verklw: stalleke (e)

1. Letterlijk: stal, stalling. Wordt echter ook gebruikt om een schuur of een stalling aan te duiden om allerlei materiaal weg te bergen, bv. een tuinhok.

Sves zt den boer zen koeje[n] oep stal. = 's Avonds zet de boer de koeien op stal.

A'che gedn t m schuppe, meugde de sp in de stal in den of ztte. = Als je gedaan hebt met spitten, mag je de spade in het tuinhok zetten.

'k Sal s rap nene mer le[n] ojt et stalleke, n dn s da oep en menuut geflikt. = Ik haal gauw een hamer uit het (materiaal-)hok, en dan zal het gauw opgelost zijn.

 

 

2. Figuurlijk: plaats waar wanorde heerst, waar er duidelijk een hele tijd niet is opgeruimd of schoongemaakt.

S manneke! As gij naa veu vandenvet dij stal d boove ni[j] t oepgeremd, dn moette ni paaze da'che zterdag meugt ojtgn! Dojdelek? = Zeg kereltje! Als je voor vanavond je (wanordelijke) kamer niet hebt opgeruimd, dan moet je er zelfs niet aan denken om zaterdag uit te gaan! Is dat duidelijk?

 

 

stamblt

zn (e), mv: stamblde - verklw: stambltsje (e)

1. Standbeeld, monument, beeld.

In't parrek van Blr stn er veel stamblde, n d'er zn der ijl rr bij, znne! = In het park van domein Bel-Air staan verscheidene standbeelden, en er zijn er eigenaardige bij!

 

Zie ook: stantblt

 

stammenee

zn (e/een), mv: stammenees - verklw: stammeneeke (e)

1. Herberg, caf, drankgelegenheid, stamkroeg. [>Fr. estaminet]

Clst die aade vrieger stammenee oover de vt. = Cleste hield vroeger een herberg open aan de over zijde van het kanaal.

 

 

stammeneekter

zn (ne), mv: stammeneekters - verklw: stammeneekterke (e)

1. Iemand die naar de kroeg gaat om daar met de vrienden te kaarten. Meestal gebeurt dit in vast verband of in een tijdelijk wedstrijdkader. Er wordt meestal om een prijs gespeeld, die kan variren tussen een rondje betalen, een geldprijs of een kampioensbeker. [>Fr. estaminet] + [>Nl. kaarter]

Vanaf as ek m pnsjoen zn gegn, mme'k meegedn m de stammeneekters van 't Strojs. n m'mme toch al wa beekers bijijn gespld. = Toen ik op rust ging, ben ik lid van de kaartclub van herberg 't Sterhuis. We hebben toch al wat kampioensbekers gewonnen.

 

stantblt

zn (e), mv: stantblde - verklw: stantbltsje (e)

1. Standbeeld, monument, beeld.

Oep 't Plntsje[n] aa se naa toch bejter e stantblt gezt in plets van da fontijn! = Op het August Van Landeghemplein had men beter een monument opgericht dan een fontein.

 

Zie ook: stamblt

 

 

stasjeneere

ww, verv: stasjeneer - stasjeneerde - gestasjeneerd

1. Stationeren, korte tijd stilstaan.

Stasjeneere betijkent da'che ni lank stilst, beveurbld oem iemant lte[n] ojt te stappe, of agaa iet in te l da'ch'in de winkel gekocht t. = Stationeren betekent dat je niet lang blijft staan, bijvoorbeeld net lang genoeg om iemand te laten instappen of om vlug iets in te laden dat je net in de winkel gekocht hebt.

 

Zie ook: parkeere

 

 

steeg

bijv nw, tvgl: steeg - steeger - steegst

1. Ongemakkelijk, slechts met veel moeite, stroef, weinig beweeglijk, weinig toegeeflijk, weinig toeschietelijk, stroef.

Die poot g m steeg oope. = Die poort is maar met veel moeite open te krijgen.

J dokter, ik zn steeg van afgn. = Ja dokter, ik heb last om mijn behoefte te doen (letterlijk).

 

2. Ook figuurlijk.

Steeg van afgn zijn. = Niet erg vrijgevig zijn (figuurlijk).

Ons maa s altij steeg van afgn, m[r] az'ek s n[r] onze paa lach, dn krijg'eg men pree derkt! = Voor moeder kost het altijd veel moeite om met iets te geven, maar als ik naar mijn vader glimlach krijg ik mijn zondagsgeld onmiddellijk.

 

steekelbakske / steekerbakske

zn (e) = verklw, mv: steekelbakskes / steekerbakskes

1. Stekelbaarsje, klein visje met scherpe rugvinnen.

W[r] s den tijd datter nog steekelbakskes zte[n] oep de Bosbejk? = Waar is de goede oude tijd dat er nog stekelbaarsjes leefden in de Bosbeek?

 

 

steekelbees / steekerbees

zn (e), mv: steekelbeeze / steekerbeeze - verklw: steekelbeezeke / steekerbeezeke (e)

1. Stekelbes, kruisbes, behaarde groengele of rode, vrij grote bes. [>Lat. Ribes uva-crispa]

Vruuger aa m' in onzen of ne strojk steekelbeeze stn, m nimant at die[j] oep, oemda ze te zuur wre. = Vroeger hadden we in de tuin een kruisbessenstruik, maar niemand at de bessen omdat men ze te zuur vond.

 

steeker

zn (ne), mv: steekers - verklw: steekertsje (e)

1. Doorn, uitstekend punt.

Die rooze[n] mme schrrepe steekers. = Die rozen hebben puntige doorns.

 

 

 

str

zn (een), mv: stre - verklw: strreke (e)

1. Letterlijk: hemellichaam, ster.

Vandenvet moete m[r] s in den of gn. 't s zoo klejr da ch'ijl veel stre zie. = Vanavond moet je maar eens in de tuin gaan. De hemel is zo helder dat je veel sterren ziet.

 

2. Inhoudsmaat van n kubieke meter. [>Fr. stre] [>Nl. stere][>Gr. stereos]

V van de winter mme me tien stre[n] aat bestld veu den oopen rd. = Voor deze winter hebben we tien kubieke meter hout besteld voor de open haard.

 

3. Figuurlijk: aanduiding voor het hoofd.

N dat'dem dirlteur geweurre was, ejt'em et nogal oog in zen str gekreege. = Vanaf het moment dat hij directeur benoemd werd, heeft hij het hoog in zijn bolletje gekregen!

 

str(e)lings

bijw

1. Strak, star, zonder naar iets anders te kijken, stijf, onbeweeglijk, rigide.

Ik zag eur oep een trraske zitte, m toen as ek eur passeerde bleef ze strlings nr eur lemmenatsje zien. Dn m ek ook m niks gezej. = Ik zag haar op een terrasje zitten, maar toen ik langs haar ging bleef ze haar glas limonade aanstaren. Toen heb ik ook maar niets gezegd.

 

stkke

zn (e) = mv

1. Platte aanduiding van benen.

Nemij steeveg oep zen stkke stn. = Niet meer stevig op de benen staan.

E[j] s gisterenachternoen van zen stkke gedrd. = Hij is gisterennamiddag flauwgevallen.

Imant te stkke neeme. = Iemand bij de lurven vatten.

 

stksel

zn (e) geen mv

1. Steek, prik, injectie.

Die klaan die lacht n die sprkt gelk eur moeder... Diej ej naa toch wl cht e stksel van eur moeder, znne! = Dat meisje lacht en praat net zoals haar moeder... Ze tiert naar haar moeder.

 

2. Kleine hoeveelheid, een beetje, een vleugje. Wat men met een "kleine spadesteek" kan ophalen???

n eur bruur ej dn wee e stksel va ze vder. = En haar broer heeft dan weer een aardje naar zijn vaartje.

 

 

stkske

zn (e) (= verklw), mv: stkskes

1. Lucifer.

Naa gebrojke de mnse gijn stkskes ne mij, want z'mme toch ne allemeur. = Nu gebruiken de mensen haast geen lucifers meer want ze hebben een aansteker.

 

 

stk(s)kesdoozeke

zn (e) (= verklw), mv: stkskesdoozekes

1. Luciferdoosje.

Naa mke ze stksesdoozekes ojt karton, m vruuger wre die van il dun aat. = Nu maakt men luciferdoosjes in karton, maar vroeger werden die uit dun hout vervaardigd.

 

strrefojs

zn ('t), mv: strrefojze - verklw: strrefeske (e)

1. Letterlijk: sterfhuis, huis waar iemand overlijdt. Ook lijkenhuis, de plaats waar iemand wordt opgebaard na het overlijden en tot het ogenblik van de eigenlijke begrafenis of crematie.

Wtte gij van w da de Zjf begrve wert? - J ... smekomst n't strrefojs. = Weet je waar de begrafenis(ceremonie) van Jozef begint? - Ja... samenkomst aan het lijkhuis.

Ik m 't ojs van men aavers grrefd, m 'k mme't derkt verkocht. Ik kan toch ni in eule strrefojs gn woone! = Ik erfde het huis van mijn ouders, maar heb het bijna onmiddellijk verkocht. Ik kan toch niet in het huis wonen waar mijn ouders overleden zijn!

 

2. Figuurlijk: gebruikt om aan te geven dat men iets gaat doen dat de moeite niet loont, of geld gaat uitgeven dat niets meer oplevert.

Da zn koste[n] oep 't strrefojs! = Dat is weggesmeten geld!

 

strrefputteke

zn (e) = verklw, mv: strrefputtekes

1. Afvoer, rioolputje, meestal met geurafsnijder.

Kapt da vies wter m[r] in't strrefputteke. = Giet dat vuile water maar in het rioolputje.

't Strrefputteke stinkt wee - 't zal gn onweere. = Het afvoerputje riekt weer - er is onweer op komst.

 

 

 

stssel

zn (de), mv: -

1. Stijfsel, wordt gebruik om het strijkgoed gladder en beter te kunnen strijken, en het blijft daardoor ook beter gesteven.

Vr mdes doen ze stssel in 't lste wter. = Als men hemden wast wordt er stijfsel toegevoegd aan het laatste spoelwater.

 

stssele

ww, verv: stssel - stsselde - gestsseld

1. Het toevoegen van stijfsel in de was, met de bedoeling het wasgoed te stijven, om het makkelijker en gladder te strijken.

Vrieger wiere[n] al'mdes gestsseld, m naa moete ze zllefs ne mij strijke. = Vroeger werden hemden met stijfsel behandeld, maar tegenwoordig hoef je ze zelfs niet meer te strijken.

'k Zal die wit mdes stssele n strijke, want da's scheunder a'che ze dn ndoe. = Die witte hemden worden in de was gesteven en dan gestreken, want dat ziet er beter uit als je ze dan aantrekt.

 

2. Ook figuurlijk: lopen, zich haasten.

D kwam ze wral n gestsseld! Da mnske kan ni trejg gn, paas ek. = Daar komt ze weeral aan gelopen! Dat vrouwtje kan niet traag stappen, denk ik.

 

steks

bijv nw, tvgl: steks - stekser - stekst

1. Steil, stuiks, sterk hellend.

En aa zene[n] ottoo geparkeerd oep een stekse bn, n dn s zene[n] antfrn losgeschoote... Ge kunt al paaze wat'er s gebeurd zeeker? = Hij had zijn auto geparkeerd op een steile helling, en toen heeft zijn handrem het begeven... Je kan al denken wat er vervolgens is gebeurd, zeker?

Da g[d] ie steks n beneej = het gaat hier steil omlaag.

 

 

stet

zn (`t), mv: -

1. Stort, stortplaats voor huisafval.

Veu[r] e pr jr smeete z'alles oep nen oop oep 't stet, m naa verbranne z'alles. = Vroeger werd alle (huishoudelijke) afval op een stortplaats verzameld, maar nu wordt alles in de verbrandingsovens verwerkt.

 

 

stette

ww, verv: stet - stette - gestet

1. Letterlijk: storten, dumpen, iets ergens achterlaten.

A zene mssink wa vol gerokte, dee[j] em alles in ne zak. Dn pakte[n] m zenen ottoo en stette[n] m alles nffe de bejk n 't Wisseboske. = Als zijn mestvaalt een beetje omvangrijk werd, schepte hij een deel in zakken. In de auto vervoerde hij alles, en stortte het afval naast de beek aan het Wisseboske.

 

2. Morsen.

Ons Zjfke[n] ej[d] al zen klaan komunne gedn, m'k m em nog gijne[n] ijne kij weete[n] eete zonder stette. = Kleine Jozef heeft al wel zijn eerste communie gevierd, maar ik moet toegeven dat ik hem nog nooit zien eten heb zonder daarbij te morsen.

 

stezze

zn (een), mv: stezzes - verklw: stezzeke (e)

1. Letterlijk: verdieping, etage. [>Fr. tage]

A ge wilt gn slpe, zld een stezze[n] ooger moete gn. = Als je wil gaan slapen, zal je een verdieping naar boven moeten.

 

2. Figuurlijk: stopplaats, halte. Te vergelijken met de "staties" van een kruisweg in het Rooms-Katholieke geloof. [>Nl. statie]

Me zelle[n] s een stezze vdder gn, s! = We vervolgen onze weg naar de volgende plek waar we planden te stoppen. Dit wordt bijv. ook gezegd als men uitgaat in het weekend, en men naar de volgende kroeg doorgaat.

Opmerking: het woord wordt NIET gebruikt om het station aan te duiden!

 

 

Laatste wijziging 30-05-2013 - Toevoegingen
06-07-2008 - Toevoegen afbeeldingen
10-05-2008 - Toevoegen afbeeldingen
24-02-2007 - Omzetting naar nieuwe stijl