A  B
 C  D
 E  F
 G  H
 I  J
 K  L
KAA
KAB
KAL
KAS
KE
KER
KI
KLA
KLI
KN
KO
KOM
KOO
KRA
KRO
KW
 M  N
 O  P
 Q  R
 S  T
 U  V
 W  X
 Y  Z

kerjeuzeneus

zn (ne), mv: kerjeuzeneuze - verklw: kerjeuzeneuzeke (e)

1. Nieuwsgierig persoon, speurneus.

Kerjeuzeneuze lejve ni lank, zgge ze. = Nieuwsgierige mensen leven niet lang, beweert men.

 

kerjeuzeneuzemosttpot

zn (ne), mv: kerjeuzeneuzemosttpotte - verklw: kerjeuzeneuzemosttpotteke (e)

1. Goedschikse spotnaam voor iemand die extra nieuwsgierig (kurjeus) is en niets aan het toeval overlaat om op gelijk welke manier alles te weten te komen.

In alle kasse[n] n schojve snuffele, men brieve leeze, n de deur stn lestere... gij z toch ne kerjeuzeneuzemosttpot, znne! = In alle kasten en lades snuffelen, mijn brieven lezen, aan de deur luisteren... je bent toch wel een heel nieuwsgierig iemand!

 

kr(re)ml

zn (een), mv: kr(re)mlle - verklw: kr(re)mlleke (e)

1. Snoepgoed of lekkernij, karamel, gemaakt door suiker te verhitten en terug te laten stollen. [>Fr. en >Sp. caramel]

E zakske krremlle van fftech frang. = Een zakje snoep van 50 frank.

Oemda ge zoo braaf z krg[d] een krml! = Als beloning omdat je braaf bent, krijg je een snoepje.

 

 

kerr

zn (de), geen mv - geen verklw.

1. Elektrisch stroom. [>FR courant]

Vee da ge ne nieve nterrupteur plasseert, moette ijst de kerr afztte = voordat je een nieuwe schakelaar installeert, moet je eerst de stroom uitschakelen.

Zie ook: koern.

 

krrebitsje

zn (e), =verklw, mv: krrebitsjes

1. Koekje dat wordt gemaakt door een puntje pannenkoekendeeg op een papier te laten vallen dat op een warme kookplaat ligt.

Krrebitsjes dr! = Oude kermisattraktie met een draairad. Na betaling mag men een staaf ronddraaien over een schijf die in vakjes verdeeld is. In elk vakje ligt een papier met n of meer krrebitsjes , die men dan wint.

 

Zie ook: dobbelwitsjes.

 

krrekeputteke

zn (et), =verklw., mv: krrekeputtekes

1. Graf. Heel lang geleden was het kerkhof gewoonlijk vlak naast de kerk.

Een ej e schoo lejve gat n d'er goe van geproffeteerd, m naa lejt em toch ook in 't krrekeputteke. = Hij heeft een mooie tijd op Aarde doorgebracht, en er het beste van genomen, maar nu ligt ie - net als iedereen - in het graf.

 

 

krrekol

zn (ne), mv: krrekolle - verklw: krrekolleke (e)

1. Caracole, eetbare huisjesslak. Wordt ook gebruikt om slakken aan te duiden. [>Fr. in Walloni: caracol] [>Nl. caracole]

Veu't Volksojs stt er m de mt e krrekollekrm. = Voor herberg het Volkshuis staat er op de marktdag een kraampje waar karakollen of slakken worden verkocht.

Die krrekolle zn persies van katsjoe! = Die karakollen zijn heel taai!

 

krreme

ww, verv: krrem - krremde - gekrremd

1. Kermen, luid huilen, veel lawaai maken.

Ge moet zoo[w] t ni krreme. Sebiet paaze de mnse nog da'k aa doot doen! = Maak niet zoveel lawaai, of de buren denken nog dat ik je afmaak!

Dij mns lej te krreme van de zijr. = Die man ligt te huilen van de pijn.

 

krrepel

zn (ne), mv: krrepels - verklw: krrepeltsje (e)

1. Karper. [>gewestelijk Nl. karpel]

Onze Zjos g[d] in de zoomer al s gemakkelijk visse[n] in 't Broek, n oovertijd s em m ne groote krrepel nr ojs gekomme. = Jos gaat in de zomer wel eens vissen in het Broek, en onlangs had hij een grote karper aan de haak geslagen.

 

 

ks(t)boom

zn (ne), mv: ks(t)boome - verklw: ks(t)bomeke (e)

1. Kerstboom, denneboom.

A ge nen chte ksboom zt, dn lejt de mat vol nelles. = Als je een echte kerstboom in de kamer zet, zullen er naalden afvallen op het tapijt.

 

 

kskeschiet

zegswijze

1. Fauwekul, te ver gezocht om waar te kunnen zijn, slecht excuus, met spek schieten.

't s m van kskeschiet, znne. = Het is flauwekul, je bent met spek aan het schieten.

 

kskesprossse

zn (een), mv: kskesprossses

1. Processie of optocht waarbij alle deelnemers een brandende kaars (of een fakkel) dragen.

Verleej wejk s ze n Loert gewst n z'ej meegedn n de kskesprossse. = Vorige week is ze (op bedevaart) naar Lourdes geweest en ze heeft deelgenomen aan de avondprocessie.

 

kst / kest

zn (een), mv: kste / keste - verklw: ksje / kesje (e)

1. Korst, meestal van brood.

tsoep m kesjes. = Erwtensoep met in boter gebakken broodkorstjes, crotons.
Ge moet de keste van aaven booteram ook oepeete! = Je moet de korsten van het brood ook opeten.
Van kesjes krgde dikke besjes! = Van korstjes krijgt men dikke borstjes. Een uitdrukking die vaak wordt gebruikt om kleine meisjes er van te overtuigen dat ze ook de broodkorstjes moeten opeten.

Zie ook: kest.

 

ksteringe

zn (de), =mv.

1. Regen van kleine brandende deeltjes, vuurregen, vonkenregen.

Ze zn d persies goed in den aard n 't kootere, want d komme[n] allem ksteringe[n] ojt de schaa. = Blijkbaar wordt het hardvuur opgerakeld, want er komen vonken uit de schoorsteen.

 

 

kt / ket

bijv nw, tvgl: kt - ktter - ktst of ket - ketter - ketst

1. Kort.

Die[j] eur klijke[n] s zoo ket da'ch eur gat zie! = Haar kleedje is zo kort, dat je haar billen ziet.

In 't kt = binnenkort, weldra.

Zie ook: ket.

 

ktte / kette

ww, verv: kt - ktte - gekt of ket - kette - geket

1. Korten, korter worden.

De dge beginne te kete. = De dagen worden korter (in de herfst).

Aaven tijt begint te ktte! = Jouw vertrek komt dichterbij.

't s niks geket! = Het helpt niets.

 

ktse / ketse

ww, verv: kts / kets - ktste / ketste - gektst / geketst

1. Kaatsen. Sport die gespeeld wordt op een veld dat uitgetekend staat op het wegdek of een plein, en waarbij een kleine harde bal, met de hand wordt gekaatst. Een balspel waarbij men elkaar met de hand (of een racket) een bal zo dikwijls mogelijk toedrijft. [>Middelnl. caetsen] [>Oud-Fr. chacier = kaatsen, jagen]

n de stsse[n] mme z'e plaan oem te ketse getijkend. = Aan het station heeft men een kaatsveld aangelegd (op het stationsplein).

 

kerref

zn (ne), mv: kerreve - kerfke (e)

1. Korf, mand, meestal in riet.

'k Gn n de winkel - dde gij mijne kerref soems gezien? = Ik ga boodschappen doen - Weet jij soms waar mijn boodschappenmand staat?

E zondach moete me n[r] ons vriende, n'k paas da'k ne kerref bloeme gn meeneeme. = Zondag gaan we bij onze vrienden op bezoek, en ik denk om een korf met planten mee te nemen.

Imant een pat in zene kerref dr. = Iemand een poets bakken.

 

 

kerreke

zn (e), =verklw, mv: kerrekes

1. Dun koord, koordje, touwtje.

dde mij naa gij kerreke[n] oem dees doos toe te binne? = Heb je geen touwtje voor mij, om deze doos toe te binden.

 

kerrekespringe

ww, vnl. infinitief en voltooid deelwoord: kerrekegesproenge

1. Touwtjespringen, met een koord ronddraaien over het hoofd en onder de voeten door. Zowel de springer als andere personen kunnen het touw ronddraaien. Vaak werd het ritme aangegeven door een liedje te zingen of een rijmpje op te zeggen.

In de joengesschool wert er veel m d'rrebolle gespld n in de maskesschool ziede ze mijr kerrekespringe. = In de jongensschool wordt er vaak geknikkerd en in de meisjesschool zie je vaker touwtjespringen.

 

Zie ook: taakespringe.

 

kerrewge

zn (ne), mv: kerrewges - verklw: kerrewogske (e)

1. Kruiwagen.

'k m ne kerrewge gront gelt. = Ik heb een kruiwagen aarde gehaald.

Zie ook: krwge.

 

keus

zn (de/een), mv: keuzes

1. Keuze, mogelijkheid om te kiezen, resultaat van wat men gekozen heeft.

G't nog alle keus van kieze! = Je kan nog uit alles wat er is kiezen!

d'aa keus al gemokt? = Heb je al gekozen?

A ge ni zoo veel wilt betle, dn mme'k ier ook nog wa marsjandies van twijde keus. = Als je niet bereid bent om zoveel geld op tafel te leggen, dan heb ik nog wat artikelen met kleine gebreken.

 

 

kes / ks

uitdrukking

1. Toelating om steentjes die op het knikkerparcours liggen met de hand uit de weg te ruimen, vooraleer men de knikker wegschiet.

Zie ook: verkes.

 

kesse

ww, verv: kes - keste - gekest

1. Schoonmaken, reinigen, kuisen, proper maken, wassen, van vuil ontdoen.

Alle vrijdge blijf ekik tojs oem alles te kesse. = Alle vrijdagen blijf ik thuis om alles schoon te maken.

Kes! = Uitroep bij het knikkerspel, die aangeeft dat de baan waarop men knikkert mag worden schoongemaakt, dat het toegelaten is om hinderlijke voorwerpen te verwijderen.

Alle zterdge stt em veu de deur zene[n] ottoo te kesse. = Alle zaterdagen wast hij op straat zijn auto!

 

kesserij

zn (de), mv: kesserijs - verklw: kesserijke (e)

1. Stomerij, droogkuis, droogwasserij, zaak waar kleding en textiel chemisch wordt gereinigd.

Da kostum moet n de kesserij, want g't er oep't bal bier oep gesmost. = Dat pak moet naar de droogwasserij, want op het bal heb je er bier over gemorst.

 

kest

zn (een), mv: keste - verklw: kes(ts)je (e)

1. Korst.

Ge moet de kesjes van 't broot ook oepeete! D weurde strrek van. = Je moet de broodkorstjes ook opeten! Daar word je sterk van.

Ik krijg keste[n] oep men lippe van de groote[n] dest! = Mijn lippen voelen aan als kortsen omdat ik erge dorst heb!

Let da sneeke m een btsje bloeje... dn komt er sebiet e kesje[n] oep. = Laat dat wondje maar een beetje bloeden... dan komt er seffens een roofje op.

tsoep m ksterende kesjes. = Erwtensoep met knapperende korstjes (Fr. croutns).

Zie ook: kst / kest.

 

 

ket

bijv nw, tvgl: ket - keter - ketst

1. Kort.

Ket n goe! = Kort en goed, bondig, gevat, om een lang verhaal kort te maken.

Vandg s em nogal ket van stof, dus zie[d] ojt wa da'che vrgt. = Vandaag is hij nogal kortaangebonden, dus let op wat je hem vraagt.

't s altij te ket of te lank! = Het is nooit goed! Die persoon is nooit tevreden, wat je ook doet!

Ket n dtum. = Vlak er na, kort na dat tijdstip.

Zie ook: kt / ket.

 

kets

zn (de). mv: ketse

1. Koorts, temperatuur maken.

d'aa ketse[n] al gemeete? = Heb je je temperatuur al genomen?

Dij klaane[n] ej persies ketse... = Die kleine jongen maakt blijkbaar koorts...

 

ketsbloske

zn (e), =verklw, mv: ketsbloskes

1. Koortsblaasje, blaasjes die je meestal op de lippen of vlak in de buurt ervan krijgt, ten gevolge van koorts. [>Nl. koortsblaasje]

'k Paas datta maske[n] t afzie want eure mond st vol ketsbloskes. = Ik denk dat het meisje veel pijn heeft, want ze heeft koortsblaasjes op haar lippen.

 

ketse

Zie: ktse / ketse.

 

 

Laatste wijziging 30-05-2013 - Toevoeging
01-11-2009 - Nieuwe uitdrukking
14-06-2008 - Toevoegen afbeeldingen
23-02-2007 - Omzetting naar nieuwe stijl