A  B
 C  D
 E  F
 G  H
GA
GE
GEM
GI
GO
GR
 I  J
 K  L
 M  N
 O  P
 Q  R
 S  T
 U  V
 W  X
 Y  Z

goe

bijv nw, tvgl: goe - bejter - bst

1. Goed, in orde.

Vinde da goe as ek strak fkes binnespring? = Is het OK als ik straks even langskom?

Dij mns voelde ze ijge[n] inijns ni goe. m'mme den doktoor moete roepe. = Die man voelde zich plots niet lekker. We hebben de dokter gevraagd om langs te komen.

Voeld'aa naa al wa bejter? = Gaat het al een beetje beter?

Die zn allem in de taggeteg n nog ijl flink. M den bste van allem s eule Zjf. Dij rt zllefs nog m de veloo. = Ze zijn allemaal tussen 80 en 90 jaar oud en nog goed te been. Maar de gezondste van hen is Jozef. Die rijdt zelfs nog met de fiets.

Amaj, d zn ek naa effenaf ni goe van! = verdorie, daar moet ik even van bekomen.

't s al goe! = Het is OK. Het is voldoende. Hou er maar mee op - het is genoeg geweest.

 

goensjtach

zn (de), mv: -

1. Woensdag.

't s naa e goensjtach da'k n de kaffeeklasj bij ons Ssil moet gn. = Het is volgende woensdag dat ik naar het koffiekransje bij Cecilia moet.

's Goensjtachs s mt in Willebroek. = In Willebroek is het marktdag op woensdag.

 

goets(j)

zn (-), geen mv

1. Goederen, artikels, koopwaar.

Eur winkeltsje stkt vol m[j] allerande goets - 't s een cht bazarreke. = Haar winkeltje is overladen met allerlei goederen - een echte supermarkt, maar dan in't klein.

 

grslge

ww, verv: slg gr - sloeg gr - grgeslge

1. Goed bewaren, niet stukmaken, voorzichtig behandelen, behoeden. [>FR. garder]

Ge moet da goe grslge. = Je moet het niet stukmaken, he moet het met zorg behandelen.

 

gotferdkke

uitroep

1. Potverdorie.

Gde naa gotferdkke zwijge! = Ga je nu zwijgen, potverdorie.

 

 

gotferdoeme

uitroep

1. Bastaardvloek: godverdomme.

Oe dikkels mmek aa da gotferdoeme gezej! = Hoe dikwijls heb ik je dat nu al verteld, godverdomme?

 

gotfermille

uitroep

1. Bastaardvloek: potverdorie.

Gotfermille! Me stn vee de brig! = Potverdorie! We staan voor de brug.

 

gotsejgendaa

uitroep

1. Wordt gezegd als iemand niest: god zegene u.

Gotsejgendaa, m[j] ondert miljoen n d'lleft ve mij! = Als iemand niest wordt hij/zij blijkbaar heel gul bedacht, en vraagt men God de niezer te bedenken met honderd miljoen, maar men eist direct de helft op.

Zie ook: otsejgendaa, tsejgendaa.

 

gotwt / gtwt

uitroep

1. God mag het weten. Uitdrukking van vertwijfeling, letterlijk "God weet". Ook als stopwoord gebruikt.

Gotwt wannijr da de schrresliep nog s verbij komt! = Wie weet wanneer de scharenslijper nog eens langs komt!

 

 

Laatste wijziging 30-05-2013 - Toevoegingen
10-05-2008 - Toevoegen afbeelding
23-02-2007 - Omzetting naar nieuwe stijl