A - B
C - D
E - F
G - H
I - J
K - L
M - N
O - P
Q - R
S - T
U - V
W - X
Y - Z
Getallen
Leeftijd & Tijdsduur
Uren & Dagen

C

   

D

 
cadaver lijk   d.a. (dicti anni) het gezegde jaar
caecus blind   de van
caelebs vrijgezel, ongehuwd   debilitate door gebrekkigheid
caelum abiit is naar de hemel gegaan   debitis verplichte
calcearius schoenmaker   dec. (decanus) dekaan, proost
calculus legpenning of rekenpenning   decanus dekaan, proost
calendae de eerste dag van de maand   decem(o) tien
calida febri warme koorts   decennis tiener, tienjarige
can. canonicus (kannunik)   decimonone negentien, negentiende
cantatum gezongen   decimotertio dertien, dertiende
capell. (capellanus) kapelaan   decollatus onthoofd
capellania castralis kapelaan van het kasteel   de dato van de ... , op de dag van ...
(datumaanduiding)
capellanus kapelaan    
capitagium hoofdelijke belasting   dedicatio kerkelijke inwijding, kerkelijke viering
caput hoofd    
carcer kerker   defensor verdediger
carta charter, oorkonde   defernetorum overlijdensregister
castellum / castrum / castri burcht, kasteel, slot   defunctus / defuncta overleden, gestorven
    deinde opvolgend, daarna
cause mortis doodsoorzaak   delirium waanzinnigheid
causa uxoris vanwege het huwelijk   demigravit overleden
cautio borgtocht   de more volgens gewoonte, naar gewoonte  (volgens de plaatselijke zeden)
cavere behoedzaam    
 

cedere overdragen   denatus gestorven, overleden
celebrare vieren   de nocte 's nachts
celebratus gevierd(e)   denuntiare de huwelijksgeboden
afkondigen
cemeterio op het kerkhof, op de begraafplaats    
    derelicta weduwe
census cijns, rijkdom   derogare afbreuk doen aan, afwijken
van
centenarius / centarius honderdjarige    
centesimo honderd   descendens nederdalend, afstammeling
centesimus honderdste   desponsare verloven, uithuwelijken
centum honderd   destitus sensibus van zijn zinnen beroofd
certum / certa / certus zeker   devotus toegewijd, vroom
cimeterium kerkhof   dexter rechts
circa ongeveer, omtrent   diaconus deken, diaken
circiter ongeveer, omstreeks   dicere zeggen
civ. (civis / civissa) burger, burgeres   dict. (dicto, dictus) gezegd, vernoemd, genaamd
civis burger   dicti anni het gezegde jaar
civissa burgeres   dictus gezegd, vernoemd, voornoemd, vermeld, genaamd
civitas stad    
claucolo / claucola in het geheim   die (dierum, dies) dag (dagen)
claudus kreupel   dies domenica zondag
clericus geestelijke   dies lunae maandag
codex handschrift   dies martis dinsdag
coelebs vrijgezel   dies mercurii woensdag
 

cognatus bloedverwant, verwant gekend   dies jovis donderdag
cognomen familienaam   dies veneris vrijdag
combustus / combusta verbrand   dies saturni zaterdag
comes / comitissa graaf / gravin   dies solis zondag
commissarius lasthebber, gemachtigde   die subsequente de volgende dag
commorans verblijvende te ...   dilatus uitgeteld, verwijderd
communitas gemeente   dimidium helft
comparare verschijnen   dimidius half
compater dooppeter   dimissus gezonden
computus rekening   discedere zich verwijderen
concubinates uit de vrije echt   discessus dood (letterlijk: verwijderd)
condictus / condicta bruidegom / bruid of verloofde   dispensatio dispensatie, vrijstelling
huwelijksdispensatie (gevolgd
door de graad)
conditione voorwaarde    
confamiliaris tot de familie behorend    
confessus heeft gebiecht   dispositus (wils-) beschikking in een testament
confirmatio vormsel    
congeneralis verwante, familielid   dissimilis ongelijk
conius / coniuga echtgenoot / echtgenote   dissolutio conjugi echtscheiding
coniugatores echtelieden   distinctio onderscheid
coniuges de echtgenoten, van de
echtelieden
  dito op dezelfde dag
    diuturna infirmitate na een langdurige ziekte
coniu(n)x echtgenoot   diuturno languore na een lange ziekte
 

conj. (conjugales) gehuwd   divortatus / divortata gescheiden
conjug. (conjuges) de echtgenoten   divortium gescheiden
conjugalis gehuwd   dixit (hij / zij heeft) gezegd
conjux echtelieden   dlla. (domicella) juffrouw
consanguineus (-nea)
consanguinitas
bloedverwant (-e),
bloedverwantschap
  Dna. (domina) adelijke vrouw
  Dnus. (dominus) adelijke heer
consensus meo met mijn toestemming   doloribus partus in barensweeŽn
contractane nuptiali huwelijksvoorwaarden   domicellus / domicella jongeheer / juffrouw
contrahunt (ze) huwen)   domicilium woonplaats, woning
contrahunt matrimonium (ze) sluiten een huwelijk,
(ze) treden in het huwelijk
  domina adelijke vrouw
    dominus
reverendus dominus
adelijke heer
heer, eerwaarde heer
contraxerunt het huwelijk aangaan  
contraxerunt
matrimonium
ze sloten een huwelijk   dominica zondag
    domo propria in eigen huis
contraxit sponsalia (ze) deden ondertrouw   domus huis, thuis
conubium huwelijk   ducatum hertogdom
conversus bekeerd
bekeerde, bekeerling
  ducenti tweehonderd
    dum viveret tijdens zijn leven
cop. (copulatus /
copulata)
gehuwd   duo twee
    duodecim(us) tweehonderd(ste)
copulare kerkelijk trouwen   duodennis twaalfjarige
copulatio (kerkelijke) huwelijksvoltrekking   Dus. (dominus) adelijke heer
copulati sunt ze zijn gehuwd   dux hertog
 

coram ten overstaan van,
in aanwezigheid van
  duxit in matrimonium huwde
       
corpus lichaam      
correptus overvallen, weggerukt      
costa wederhelft, vrouw      
crucis van het kruis      
crux het kruis      
cubiculum slaapkamer      
cuius / cujus van wie, wiens      
cuius loco in wiens plaats      
cum met, als, wanneer, omdat      
curandus / curanda pleegzoon / pleegdochter      
curator voogd, verzorger, bestuurder      
curatus pastoor      
cust. (custos) koster      
custodis koster      
custos koster      

 

 

Samengesteld door Georges Brems & Bert Vleugels

 

Laatste wijziging 20-05-2013 - Toevoeging van nieuwe woorden & correcties
11-04-2012 - Toevoeging van nieuwe woorden
16-05-2009 - Toevoeging nieuwe woorden
11-02-2007 - Omzetting naar nieuwe stijl